Robotisering en Automatisering: eHealth in regio Utrecht

13-12-2016

De mogelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen staan flink in de belangstelling. Sommige deskundigen voorspellen een krimpende werkgelegenheid, anderen zijn optimistisch en zien juist nieuw werk ontstaan. Platform31 deed verkennend onderzoek naar de effecten van Robotisering & Automatisering op de werkgelegenheid, de gevraagde competenties en het onderwijs voor de steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Een interview met Helianthe Kort, lector Vraaggestuurde Zorg aan Hogeschool Utrecht.

Helianthe KortIn uw werk houdt u zich vooral bezig met eHealth-toepassingen in het dagelijks leven, waaronder zorg op afstand en nieuwe businessmodellen die zijn afgestemd op de specifieke behoeften van patiënten. Wat zijn volgens u de effecten van Robotisering & Automatisering op de werkgelegenheid in de zorg?

“Ondanks de opkomst van Robotisering en Automatisering is er over tien tot twintig jaar nog genoeg werkgelegenheid, ook voor middelbaar- en lager opgeleiden. Dit komt deels door de groeiende zorgvraag door vergrijzing. Eerder dan dat er banen zullen verdwijnen, ontstaat er nieuwe bedrijvigheid. Er treedt dus een verschuiving op in plaats van vermindering van werkgelegenheid. Wel verwacht ik dat vooral de instrumentele zorg wordt vervangen door technologie. Door beeldzorg bijvoorbeeld, waarmee artsen zes mensen kunnen behandelen in één of twee uur, terwijl de thuiszorg er een hele dag over doet. Dankzij technologische ontwikkelingen wordt het tegelijkertijd mogelijk om een deel van het werk bij patiënten zelf en de mantelzorg neer te leggen. In de ‘goedemorgen-goedenavond’-service gaat een hoop veranderen. Het wassen van patiënten kan worden gedaan door mantelzorgers. Beeldzorg kan patiënten vragen hoe het gaat en of ze willen dat er iemand langskomt. Daarnaast leidt eHealth ertoe dat patiënten zelf gerichter kunnen handelen. Het geeft patiënten zelf meer inzicht, dus daar zit de taakverschuiving. Patiënten zullen - mits zij voldoende capabel zijn en initiatief nemen - zien dat zij meer zelf kunnen doen.”

Wat betekent dit voor beroepen en competenties?

“De zorgtaken veranderen flink, maar de ontwikkelingen zijn niet eenduidig. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor COPD-patiënten. Daar is te zien dat uit verschillende zorgtakken zorg nodig is. waarbij elke vertakking een andere mate van eHealth-implementatie kent. Terwijl eHealth het mogelijk maakt om meer werk bij patiënten en mantelzorg neer te leggen, neemt het tegelijkertijd steeds meer kwantitatieve zorg voor eigen rekening. Veel metingen die nu nog door verpleegkundigen worden gedaan kunnen straks automatisch. Het wordt vanzelfsprekendheid dat, bij patiënten die geen onverwachte veranderingen in hun ziektebeeld hebben, steeds meer informatie automatisch wordt gemeten en doorgestuurd. Bij zorgtaken ligt de nadruk vooral op kwalitatieve zorg. Met de verpleegkundige of bij de huisarts vindt het gesprek plaats van hoe gaat het nu, hoe gaat u met uw ziekte om en wat kan ik nog doen?"

 Waarop komt de nadruk vooral te liggen in de zorg? 

“Door deze verschuivingen wordt de psychosociale zorg waarschijnlijk belangrijker. De nadruk komt meer te liggen op waar de patiënt behoefte aan heeft. Instrumentele zorg vindt dan vooral nog plaats waar het echt nodig is. Is er na de behandeling van patiënten tijd over, dan kan de verpleegkundige in de resterende tijd langsgaan bij patiënten waarvan hij of zij denkt dat het echt nodig is. Tot slot verwacht ik dat veel zorg zal verschuiven richting de consumentenmarkt. Met de verkoop van fitness armbandjes, stappentellers en andere activiteitenmeters die mensen steeds vaker op hun telefoon installeren is eHealth is al een consumentenproduct geworden. In dat kader is het belangrijk dat mensen in de zorg beschikken over tacit-knowledge. Enerzijds is het belangrijk dat ze aanleren hoe ze om moeten gaan met technologie, aan de andere kant is het belangrijk om de beperkingen van eHealth-toepassingen te kennen. Juist verpleegkundigen met veel ervaring werken voor beeldzorg in een zorgcentrale. Mede omdat ze over de benodigde ervaring beschikken en weten wat het betekent als iemand iets zegt, of als ze een bepaald beeld zien. Zij kunnen intuïtief beter interpreteren dan jongeren, die moeten het nog aanleren.”

 …en in het onderwijs?

“Er bestaat een kloof tussen kennis en de toepassing ervan in het onderwijs. De markt komt met producten en toepassingen, de praktijk past ze toe. Het onderwijs is de hekkensluiter. Desalniettemin werkt het onderwijs aan een flinke inhaalslag. In mijn begintijd bij de HU in 2004, kwam het woord ‘technologie’ nog niet voor in de opleidingscurricula. In de buitenwereld en op de markt werd dit wel al opgepikt. Zorg op afstand met behulp van technologie was toentertijd bij de hogescholen een witte vlek. Dat is wel veranderd. Inmiddels zit eHealth al bij een aantal opleidingen in de basispakketten. Opleidingen groeien erg langzaam mee met de technologische ontwikkelingen in de markt. Dit komt vooral omdat curricula in het onderwijs langzaam veranderen en beperkte flexibiliteit kennen. Ze staan wettelijk voor zes jaar vast voordat er iets veranderd kan worden. Mede dankzij nieuwe beroepsprofielen kwam hierin verandering. Binnen de gezondheidszorg en onder andere voor verpleegkundigen is ICT een van de hoofdmoten geworden. Het is daarom onwerkbaar om een opleiding te hebben die zich daar niet mee bezig houdt. Het gaat er vooral om dat mensen leren nadenken over wat ze kunnen bereiken met eHealth en zorg op afstand. Het is dus geen vervanging, maar een aanvulling.”

Bron: Platform31

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten