Built Environment leidt op tot stadsingenieur van de toekomst

12-04-2018

Nederlandse steden groeien snel. Samen met toenemende klimaatverandering levert dat complexe vraagstukken op over leefbaarheid en duurzaamheid van de gebouwde omgeving in de stad. De nieuwe deeltijdbacheloropleiding Built Environment van Hogeschool Utrecht draait om het bedenken van slimme oplossingen rond duurzaamheid en circulair bouwen in de stad. Hoe werkt dat in de praktijk? Een student en een docent aan het woord.

Na zijn mbo-opleiding transport en logistiek begon Ben Luchtenburg aan een studie hbo-Bedrijfseconomie. Na een half jaar stopte hij daarmee en ging aan de slag als zzp’er in de bouw. “Dat doe ik nu vier jaar en het is leuk”, zegt Luchtenburg. “Maar ik wil er ook een goede opleiding naast doen.” Aanvankelijk koos hij voor Bouwkunde, maar die opleiding bleek niet meer te bestaan op een hogeschool bij hem in de buurt. In plaats daarvan ontdekte hij de opleiding Built Environment. “Op een open dag zag ik dat die eigenlijk veel breder en interessanter is”, zegt Luchtenburg. “Je kijkt niet alleen naar vraagstukken over de bouw zelf, maar ook alles eromheen: stedenbouwkundige vraagstukken, modulair bouwen, circulair materiaalgebruik. Toen was ik getriggerd.” Op zoek naar een deeltijdvariant kwam hij uit bij Built Environment van Hogeschool Utrecht.

Onderscheid

Ron Heusdens is docent aan die opleiding. Hij was vanaf het begin betrokken bij het ontwerp. “De opleiding omvat de gehele gebouwde omgeving, alles wat je kunt zien en wat je niet kunt zien in de stad. Het gaat over individuele woningen, maar ook over planologie, het inrichten van stadsdelen, infrastructuur, kunstwerken zoals bruggen en tunnels. We besteden veel aandacht aan thema’s als duurzaamheid en circulaire economie.” De opleiding in Utrecht onderscheidt zich op twee punten van die aan andere hogescholen, vervolgt Heusdens: “Onze oriëntatie is volledig op de stad en stedelijke vraagstukken. Bovendien hebben wij alle verwante opleidingen, zoals Civiele Techniek, Bouwkunde en nog vier andere, volledig geïntegreerd in Built Environment. Zo hebben we één opleiding voor alle soorten stedelijk ingenieurs.”

Keerpunt

Dat zie je terug in de structuur van de opleiding. In het eerste jaar krijgen studenten een brede oriëntatie op alle aspecten van de gebouwde omgeving in de stad. In de volgende jaren gaan studenten zich langzaam toeleggen op twee specialisaties, afhankelijk van hun eigen voorkeuren, en daar verdieping in zoeken. Luchtenburg: “De opleiding is erg toekomstgericht in de keuze van onderwerpen. Dat bevalt me erg goed. Uitgangspunt is dat we op een keerpunt staan in de economie en in duurzaamheid. Hoe het uitpakt weet niemand, maar de opleiding richt zich erop om ons klaar te stomen om de juiste keuzes te maken en er voordeel uit te halen.”

Cijfer

Centraal principe in de opzet van het curriculum is leerwegonafhankelijke toetsing, waarbij studenten vrij zijn om hun eigen studiepad te kiezen en in te richten. Wie vanuit zijn achtergrond al over kennis beschikt over een bepaald onderdeel, mag zonder meer de toets maken en dat betreffende onderdeel afsluiten. “Wie flink wat kennis en ervaring meebrengt, kan in de praktijk ongeveer een jaar van de studieduur afhalen”, zegt Heusdens. De opleiding duurt normaal gesproken vier jaar, en is goed toegankelijk voor wie uit een heel andere sector komt. Ben Luchtenburg kon zijn eigen werkervaring inbrengen in een onderdeel dat ging over het isoleren van woningen. “Dat was terug te zien aan het cijfer dat wij kregen voor de groepsopdracht: dat was erg netjes.”

Enthousiast

Meer in het algemeen is hij erg te spreken over de opzet. “Het bevalt me goed dat de opleiding niet traditioneel is ingericht, dus geen hoorcolleges en tentamens. We werken per blok aan groepsopdrachten die afkomstig zijn uit de praktijk. Daarbij ontdek je zelf welke kennis je nodig hebt en wat je moet leren. Dat is best wennen, maar het motiveert wel om goed je best te doen en je in het vraagstuk te verdiepen. En het is ook best spannend om te werken aan praktijkopdrachten. Er staat echt iets op het spel.” Belangrijk pluspunt voor Luchtenburg is daarbij dat zijn medestudenten vrijwel allemaal al werkervaring hebben. “Iedereen is gewend om opdrachten te doen, en dat merk je. Mijn medestudenten zijn serieus en enthousiast en zetten zich volop in voor de gezamenlijke opdracht.”

Feedback

Daarmee stipt Luchtenburg nog een uniek aspect aan van de deeltijdopleiding BE aan Hogeschool Utrecht: het werken in zogenoemde leerteams. Heusdens: “Zo’n team is niet zomaar een groepje studenten die samenwerken: een leerteam blijft de volledige duur van de opleiding bij elkaar. Er zijn specifieke eenheden ingeroosterd waarin leerteams met elkaar werken aan persoonlijke en professionele vaardigheden zoals feedback geven en ontvangen en reflectie. Dat organiseren zij zelf, zonder sturing van docenten. Dat is heel belangrijk voor de professionele ontwikkeling: vakinhoudelijke kennis is niet alles, we willen professionals ook vaardigheden meegeven in het omgaan met stress, blijvende ontwikkeling en het geven van feedback.”

Gemotiveerd

Voor Luchtenburg heeft die intensieve samenwerking er na een half jaar toe geleid dat hij een goed beeld heeft van wat hij aan zijn medestudenten heeft. De onderlinge sfeer is goed. Het contact met docenten beschrijft hij als beter dan hij had verwacht: “Ze zijn altijd beschikbaar, ik kan altijd bellen, mailen of appen als ik vragen heb of ergens niet uitkom.” Wat Luchtenburg lastiger vindt is de combinatie met zijn werk en privéleven. “Ik woon in Groningen, en moet dus elke donderdag twee uur heen en twee uur terug. Op vrijdag gaat de wekker weer vroeg. Dat vind ik iets minder. Ik heb geen gezin, dus dat maakt het wel makkelijker. Ondanks die belasting en de kosten is het goed te doen. Ik ben enthousiast en gemotiveerd.”