Rollenspelen door Berendineke Steenbergen

Rollenspelen in psychofysieke weerbaarheidslessen

Berendineke Steenbergen, 9 februari 2012[1]

In weerbaarheidstrainingen wordt veel gebruik gemaakt van rollenspelen. Bijvoorbeeld om de deelnemers te leren confronteren en te de-escaleren, maar ook om een assertieve houding en uitstraling te oefenen of emoties van een ander te herkennen. De werkvormen die ook gebruikt worden in theater sport vormen wat dat betreft een niet aflatende stroom van inspiratie. Denk onder meer aan werkvormen waarin geoefend wordt met het herkennen en aannemen van een hoge of juist een lage status.

In deze tekst wordt met name in gegaan op situaties waarin cursisten wordt geleerd te confronteren, dus situaties waarin geen directe dreiging van geweld is. Voorbeelden van deze situaties zijn onder meer: iemand wordt lastig gevallen bij een bushalte, iemand heeft iets van je geleend en wil het niet terug geven of iemand staat te dicht bij je. Er is gekozen voor deze inkadering omdat deze tekst bedoeld is voor ieder die weerbaarheidstrainingen geeft, ongeacht zijn of haar achtergrond en het leren iemand te confronteren in vrijwel iedere training behandeld wordt. De uitgangspunten zoals gepresenteerd zijn echter grotendeels ook te vertalen naar andere momenten in de les waarbij rollenspelen gebruikt worden.

Er worden enkele voorbeelden van inleidende werkvormen genoemd. Er is gekozen voor werkvormen die wellicht niet bij ieder bekend zijn. De beschrijving van de voor de hand liggende oefenvormen zoals Chinees boxen/sticking hands of Hanekamp is daarom achterwege gebleven, maar het spreekt voor zich dat ook die werkvormen in de meeste weerbaarheidstrainingen terug komen.

Confrontatieregels

In weerbaarheidstrainingen wordt gewerkt met een aantal confrontatieregels die gebruikt worden als een checklist om voor jezelf op te komen in grensoverschrijdende situaties die in principe niet escalerend zijn. Het spreekt voor zich dat in agressieve situaties eerst gede-escaleerd moet worden alvorens iemand geconfronteerd kan worden met zijn of haar onwenselijk gedrag.  

Deze confrontatieregels zijn als volgt:

  • Blijf rustig en adem goed door
  • Wees overtuigd van jezelf en neem ruimte in (rug recht, stevig staan)
  • Kijk de ander recht aan,maak oogcontact
  • Laat je stem rustig en overtuigend klinken
  • Benoem het ongewenst gedrag en zeg wat de ander moet doen, vermijd discussie
  • Je houding, je woorden en je gezichtsuitdrukking moeten overeenstemmen.

Opbouw

Kenmerkend voor weerbaarheidstrainingen is dat ze in het algemeen kortdurend zijn (zes tot twaalf lessen van 1 tot 2 uur) en dat de deelnemers niet zelden tot op zekere hoogte getraumatiseerd zijn. Met een goede opbouw zorg je ervoor dat de lessen voldoende emotioneel veilig zijn en dat er dus een maximaal leerrendement mogelijk is waarbij de cursisten in staat worden gesteld het geleerde ook in situaties die niet precies op die manier in de lessen behandeld zijn in praktijk te brengen. Aan het oefenen van de werkelijke situatie, rollenspelen zoals de man bij de bushalte, de breedzitter in de bus of de vriend die een cd te lang heeft geleend en die kapot terug brengt gaat dus een zorgvuldige opbouw vooraf waarbij eerst geoefend wordt op de onderdelen en pas daarna met het geheel. Omdat er bovendien gewerkt wordt met speelse werkvormen, niet zelden ondersteund door muziek, wordt voorkomen dat deelnemers een bepaalde situatie gaan herbeleven en vergroten ze als vanzelf hun vaardigheden om beter voor zichzelf op te koen.

Samenvattend wordt in  de lesopbouw gebruik gemaakt van de volgende methodische opzet:

  1. eerst de losse onderdelen van confrontatie;
  2. daarna combinaties van de onderdelen;
  3. vervolgens een abstract of gestructureerd rollenspel en pas daarna
  4. een ‘echte’ situatie.

Op de werkelijkheid gebaseerde situaties worden in het algemeen op de volgende volgorde behandeld:

  1. Niet bedreigende onbekende (zoals de enquêteur);
  2. niet bedreigende bekende (de buurvrouw)
  3. bedreigende onbekende (man die je lastig valt bij de bushalte)
  4. bedreigende bekende (daterape).

Dit betekent dus feitelijk dat in de eerste lessen gewerkt wordt met losse werkvormen om oogcontact, houding, ademhaling te oefenen, dat daarna deze losse onderdelen in combinaties geoefend worden, vervolgens meer gestructureerde werkvormen behandeld worden en pas aan het einde van een cursus de ‘echte’ situaties.

Hieronder wordt een selectie van deze werkvormen kort beschreven. Deze beschrijving is verre van uitputtend. Op de studiedag voor weerbaarheidstrainers op vrijdag 30 maart 2012 wordt nader ingegaan op het inzetten van rollenspelen in weerbaarheidstrainingen. Daarnaast wordt dit onderwerp uitgebreid behandeld op de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht.

Voorbeeld werkvormen voor behandelen van de losse onderdelen van de confrontatietraining

Tweetallen (oogcontact)

Tweetallen (A en B) tegen over elkaar, metertje tussen A en B. Gezicht naar elkaar toe. A beweegt iets, B zegt wat bewogen wordt. Arm, hand, voet, hoofd, schouder, ens. Nabespreking: wanneer je naar het gezicht kijkt, dan zie je alles.

Watchman (oogcontact)[2]

Maak kaartjes, zoveel als er groepsleden zijn. Eén kaartje heeft een kruis, een aantal kaartjes (in een groep van 12 bijvoorbeeld 4) hebben een oog en de rest van de kaartjes hebben een nummer. Iedereen krijgt een kaartje dat de anderen niet mogen zien. De persoon met het kruis is de ‘tikker’ die de andere cursisten aftikt door naar hen te knipogen. De mensen met een kaartje met het oog moeten er achter komen wie de tikker is, maar kunnen ook afgetikt worden (en mogen dan net zo goed niet meer mee doen). Als je een knipoog krijgt, wacht je vijf tellen en dan ben je af (ga je zitten). Zodra iemand met een oog op het kaartje weet wie de tikker is (en nog in het spel is), steekt hij de hand op.

Stevig staan op muziek

Zet stevige muziek op (Two Unlimited, Afrikaanse drums of bijvoorbeeld Rock muziek) en laat de deelnemers door elkaar lopen. Verzoek ze hun voeten stevig op de grond te zetten. Als de muziek stopt, staat iedereen stevig (parate houding of gevechtshouding). Vervolgens kun je dit uitbreiden met stevig staan en een Kiai (‘LOS!’of ‘Nee!’).

Annemaria Koekoek (stevig staan)

Dit bekende spel is geschikt om stevig staan te oefenen. De deelnemers staan aan de ene kant van de zaal, één deelnemer staat aan de andere kant met het gezicht naar de muur. Zolang die deelnemer nog met het gezicht naar de muur staat (en roept ‘Annemaria Koekoek’!) mogen de anderen lopen naar de andere kant van de zaal. Als hijof zij zich omdraait (als er ‘Annemaria Koekoek’ geroepen is) moet iedereen stevig staan (gevechtshouding of parate houding).

Echoput (stemgebruik)

Alle deelnemers staan in een kring. Een van de deelnemers roept iets met de handen aan de mond in het midden (de put), de anderen herhalen dat als was het een echoput die het geluid terug kaatst. Deze werkvorm wordt speelser als er niet alleen ‘Ga weg!’, ‘Los!’ of ‘Nee!’ geroepen wordt, maar ook ‘Je bent lief!’ of ‘het is mooi weer!’.

Kiai wave (stemgebruik)

Alle deelnemers staan in een kring en maken om de beurt een ‘wave’ zoals ook op sportwedstrijden wel gebeurd. Diegene die begint roept iets dat de anderen overnemen als zij aan de beurt zijn (‘Los!’, ‘Weg!’, ‘Nee!’, maar ook wel bijvoorbeeld ‘Lief!’, ‘Ja!’)

Werkvormen voor combinatie van confrontatieregels

Nee-cirkel

Alle deelnemers staan in een kring en zeggen om de beurt nee, houdt daarbij een hoog tempo aan. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld: nee zeggen alsof je het wel of juist niet meent, alsof je erg boos bent, in de taal van je moeder, met een gebaar, assertief, nee zeggen en ja knikken, met een lachend gezicht, met een serieus gezicht. Enzovoorts. Deelnemers leren zo dat de gezichtsuitdrukking congruent moet zijn met hun boodschap.

Matjesoefening

A staat op een matje (of voor een lijn), B wil ook op het matje komen. B mag vragen, smeken, dreigen, enz maar niet aanraken. Als B de confrontatieregels goed doet, mag A op het matje.

Schrikken

Tweetallen, achter elkaar staan: A staat achter B. Trainer staat voor de groep, iedereen kan haar goed zien. Op het signaal van de trainer legt A de handen op de schouder van B. B ‘schrikt’ (overdreven, door de schouders omhoog te halen en diep in te ademen) en ademt daarna uit. Dan omgekeerd (B heeft de ogen dicht).

Zelfde werkvorm nog een keer maar nu draait A zich om totdat A frontaal tegenover B staat. Tot slot zelfde werkvorm nogmaals, maar nu maakt diegene die zich omdraait oogcontact en zegt met een serieus gezicht ‘Ga weg!’.  Met deze werkvorm wordt de ademhaling geoefend, maar ook oogcontact en een frontale positie naar diegene die je confronteert met zijn of haar gedrag.

Leenspel

Uitgangspunt: je hebt iets geleend van iemand en je brengt het te laat en kapot terug.

Verdeel de groep in subgroepjes van vijf of zes personen. Neem een beschadigde cd of een jurkje (of iets anders dat past bij de doelgroep) mee. Uit ieder subgroepje gaat één van deelnemers even naar buiten, dat is diegene die iets geleend heeft, de anderen spreken af hoe ze reageren (trainer wijst aan): extreem boos, gelaten, assertief. De kapotte cd wordt dus minimaal drie keer terug gebracht. (Bij voorkeur wat vaker omdat niet iedereen de rol even goed speelt, met name de assertieve rol wordt in praktijk vaak agressief).

In de nabespreking stel je eerst de terug brenger en daarna de groep twee vragen: wie wil je nooit meer zien? en: van wie leen je nog eens wat?

Het antwoord op die vragen is dat als iemand gelaten reageert, je de conclusie trekt dat het blijkbaar niet zoveel uitmaakt. Dus kun je best nog een keer iets lenen. (Of: nog een keer vragen om een onregelmatige dienst met de kerst). Als iemand extreem boos reageert, is de relatie kapot en dat is meestal niet zo handig. Dus: assertief reageren is het beste: dan toon je respect voor jezelf en voor de ander. Het kan zijn dat de groep het niet met je eens is. Vermijdt de discussie over hoe het hoort, bevestig dan dat de groep bestaat uit fatsoenlijke mensen die uit zichzelf al respect hebben voor een ander, maar dat er in de wereld ook mensen zijn die dat niet uit zichzelf doen. Deelnemers herkennen vaak wel de verleiding die ontstaat als je zelf heel erg graag iets gedaan wilt hebben van iemand: dan is het het gemakkelijkst diegene te kiezen die het moeilijk vindt om nee te zeggen. En dat is ook heel menselijk.

De Stoel

Groep in subgroepen van 3 of 4 personen. Een persoon zit op een stoel. De opdracht is om hem van de stoel af te krijgen. Niet duwen en trekken. De andere groep observeert.

In de nabespreking bespreek je welke strategieën helpen en welke niet.

Echte’ rollenspelen

zoals bijvoorbeeld de breedzitter, omgaan met potloodventer, achtervolgd worden op straat, niet bedreigende onbekende zoals boekenverkoper, iemand wil op jouw stoel zitten in de bioscoop, meisje wat niet vast gepakt wil worden,  grensoverschrijdend gedrag van een bekende, groepje jongens voor een brievenbus jij wilt een brief posten.

Zeker in groepen waarin de deelnemers een lichtverstandelijke beperking hebben is het handig een scherp onderscheid te maken tussen spel en werkelijkheid. De trainer zorgt dan voor een petje of trainingsjack voor iedereen die de dader speelt.

In de lessen benadruk je voordat je een ‘echt’ rollenspel start nog even de elementen die de confrontatie succesvol maken. Dit wordt bij voorkeur met een werkvorm gedaan (bijvoorbeeld de nee-cirkel)

Vervolgens kan een rollenspel in tweetallen, drietallen of plenair voor een groep uitgevoerd worden. In tweetallen voelen de deelnemers zich vaak wat minder bekeken en daarom kan dat veiliger zijn. Nadeel is dat de trainer minder overzicht heeft. Wanneer er drie tallen gemaakt worden, is het goed als er één observator is (met een observatie formulier). Voor de groep oefenen wordt vaak als onveilig ervaren, vandaar dat trainers dan zorgen voor een hoge beloning in de vorm van bijvoorbeeld applaus.

 


[1] Tekst blijft eigendom van auteur, het is niet toegestaan om deze tekst of delen ervan zonder toestemming over te nemen.

[2] Met dank aan Johan vd Hoof en Dennis Meuwissen